21 brieven
Legenda
logo wikipedia Judas (Engels: Jude)


  1 Judas een dienstknecht van Jezus Christus, en broeder van Jakobus(3)
aan de geroepenen, die door in God den Vader geliefd geheiligd zijn, [Joh. 17:11] Griekse letters
en door Jezus Christus bewaard: 2
barmhartigheid,
en vrede,
en liefde
zij u vermenigvuldigd. [2Pet. 1:2]

  3 Geliefden, alzo ik alle naarstigheid doe om u te schrijven
van de gemene zaligheid en leven, [1Tim. 1:18] 
zo heb ik noodzaak gehad aan u te schrijven en u te vermanen,
dat gij strijdt voor het geloof, dat eenmaal den heiligen overgeleverd is. 4

want er zijn sommige mensen ingeslopen,
die eertijds tot ditzelfde oordeel te voren opgeschreven zijn,
goddelozen,
die de genade onzes Gods  veranderen in ontuchtigheid,
en onze Heerser enigen, God,en Heere loochenen: Jezus Christus.[Gal. 2:4; 2Pet. 2:1]

  5 maar ik wil u indachtig maken, als die dit eenmaal weet, dat de Heere,

het volk uit Egypteland verlost hebbende, wederom degenen,
die niet geloofden, verdorven heeft[Ex. 12:51; Num. 14:29; Ps 106:17; 2Petr. 1:12]  6 En

de engelen,
die hun beginsel niet bewaard hebben, [Matth 25:41; 2Petr 2:4; Jud 6]
maar hun eigen woonstede verlaten hebben,
heeft Hij tot het oordeel des groten dags
met eeuwige banden onder de duisternis bewaard. 7

gelijk Sodoma en Gomorra en de steden rondom dezelve,
die op gelijke wijze als deze gehoereerd hebben, en ander vlees zijn nagegaan,
tot een voorbeeld voorgesteld zijn, [2Petr. 2:4,9]
dragende de straf des eeuwigen vuurs. [Deut. 29:23]    8

desgelijks evenwel ook
deze dromers in slaap gebracht zijnde,
verontreinigen het vlees, en
verwerpen de heerschappij, en
lasteren de heerlijkheden. [2 Petr. 2:10.]

  9 maar Michaël de archangel,
toen hij met den duivel twistte, en handelde van het lichaam van Mozesbetekent .. [Deut 34:6]
durfde geen oordeel van lastering tegen hem voortbrengen,
maar zeide: De Heere bestraffe u! [Dan. 10:13; Zach. 3:2; 2Petr. 2:11]

10 maar dezen,
hetgeen zij niet weten, dat lasteren zij; en
hetgeen zij natuurlijk, als de onredelijke dieren, weten
in hetzelve verderven zij zich. 11
wee hun,
want zij zijn den weg van Kaďn ingegaan, en
door de verleiding van het loon van Balaäm zijn zij henengestort, en
zijn door de tegenspreking van Korach vergaan. [Num. 16:1; 22:7; 1Joh. 3:12]   12
dezen zijn
vlekken in uw liefdemaaltijden, en als zij met u ter maaltijd zijn,
weiden zij zichzelven zonder vreze;
zij zijn waterloze wolken, die van de winden omgedreven worden;
zij zijn als bomen in het afgaan van den herfst,
onvruchtbaar,
tweemaal verstorven, en
ontworteld;  [Eze. 34:8; Efe. 4:14; 2Pet. 2:13]   13
wilde baren der zee, hun eigen schande opschuimende;
dwalende sterren, denwelken de donkerheid der duisternis
in der eeuwigheid bewaard wordt. [Jes. 57:20 2Pet. 2:17]

14 [en] van dezen heeft ook Enochbetekent .. [de] zevende van Adam geprofeteerd, zeggende:
ziet, de Heere is gekomen met Zijn vele duizenden heiligen; 15
om gericht te houden tegen allen, en te straffen alle goddelozen onder hen,
vanwege al hun goddeloze werken,
die zij goddelooslijk gedaan hebben, en
vanwege al de harde woorden,
die de goddeloze zondaars tegen Hem gesproken hebben. [Deut. 33:2]  16
deze zijn
murmureerders,
klagers [over hun staat],
wandelende naar hun begeerlijkheden; en 
hun mond spreekt zeer opgeblazen dingen,
verwonderende zich over de personen gezichten om des voordeels wil.

17 Maar geliefden, gedenkt gij der woorden,
die voorzegd zijn van de apostelen van onzen Heere Jezusbetekent .. Christus; 18
dat zij u gezegd hebben,  Laatste dagen / tijden
  dat er in den laatsten tijd spotters zullen zijn,
die naar hun goddeloze begeerlijkheden wandelen zullen. 19
dezen zijn het, die zichzelven afscheiden,
natuurlijke mensen, Griekse lettersden Geest niet hebbende.  [1Kor 2:14]

20 Maar geliefden,
bouwt gij uzelven op uw allerheiligst geloof, Griekse letters
biddende in den Heiligen Geest; [Efez 6:18 Kol 2:7] 21
bewaart uzelven in de liefde Gods,
verwachtende de barmhartigheid
van onzen Heere Jezus Christus ten eeuwigen leven. 22 En
ontfermt u wel eniger, onderscheid makende;  [Gal. 6:1] 23 Maar
behoudt anderen door vreze, en grijpt ze uit het vuur; en
haat ook den rok, die van het vlees bevlekt is. [Amos 4:11]

24 Hem nu, Die machtig is u van struikelen te bewaren,
en onstraffelijk te stellen voor Zijn heerlijkheid, in vreugde,  [Efez 1:4]   25
aan alleen God, onzen Zaligmaker, door [middel van] Jezus Christus, onzen Heer,
zij heerlijkheid en mMajesteit, kracht en macht,
vóór alle eeuw én nu én tot in alle eeuwigheid[Rom 6:17]
Den beide nu en in alle eeuwigheid.

Amen